1. Historiek
Hoe het uiteindelijk allemaal zou evolueren vermoedden de zusters van het klooster zeker niet toen ze bijna 120 jaar geleden, op 4 september 1879, op aanraden van pastoor Tahon startten met de bouw van een eerste oudemannenhuis, ten westen van hun klooster, grenzend aan de het Kapellewegeltje. In twee maanden tijd waren de bouwwerken klaar en twee zusters, Rosalia en Medarda, verzorgden er in 1890 drieëntwintig bejaarden, waaronder dertien mannen en tien vrouwen. Na 34 jaar bleek dat gebouw ongeschikt te zijn geworden. Het bleef verder bestaan als klooster- en schoolgebouw en ging de moderniteit in als het nieuwe administratieve centrum van het gemeentebestuur. De ritmering van de ramen behoudt de herinnering aan het vroegere bouwsel.
In augustus 1913 begon aannemer August Vangheluwe met de bouw van een nieuw bejaardengesticht langs de Westkerkestraat. Het neogotische gebouw bleef de hele oorlog onafgewerkt. De ouderlingen, die nog in de lokalen bij het klooster verbleven, moesten zelfs vanaf februari 1917 een onderkomen zoeken in de boerderij van Braet langs de Mitswegestraat, omdat hun eigen lokalen als Duits Lazarett waren opgeëist. Pas na de oorlog verhuisden bewoners onder leiding van zuster Stanislas, die in datzelfde gebouw op 18 juli 1959 haar honderdste verjaardag zou vieren, naar de nieuwbouw in de Westkerkestraat. In 1935 werd het aanpalende oude woonhuis van dokter Olleviers, dat tot dan toe als opslagplaats werd gebruikt, gerenoveerd, zodat het een onderkomen aan de vrouwen van het rusthuis kon geven.
Op initiatief van pastoor De Gruytere werd de naam van het Ouderlingengesticht in de jaren vijftig gemoderniseerd tot St.-Annagesticht en in de jaren zestig tot St.-Annarustoord. De zusters kregen ook een nieuwe aanval van bouwwoede. Tussen 1956 en 1958 mocht aannemer Tilleman een nieuwe vleugel optrekken, die ondermeer een keuken, een strijkkamer en een kapel onderdak gaf, terwijl van 1960 tot 1961 het oude huis Olleviers volledig werd afgebroken. Op dezelfde plaats werd door Tilleman een nieuwbouw geplaatst. Serieuze bouwwerken waren er ook in 1976, toen een totaal nieuwe vleugel, alweer door aannemer Tilleman, werd gebouwd. Op 13 juni 1977 betrok de eerste bewoner dit deel, dat plaats bood aan 16 bejaarden extra.
De zusters bleven de motor van het rusthuis. Na moeder Stanislas (1918-1953) volgden nog de zusters Bernardine (1953-1959), Anselma (1959-1966), Gabriëlle (1966-1972) en Norberta (1972-1986) als directrice mekaar op. Het eerste lekenpersoneel werd in de jaren vijftig aangeworven en in 1986 was de tijd rijp om ook een lekendirecteur aan te stellen. Dat werd Patrick Vallé. Hij kreeg de taak om het rusthuis aan te passen aan de normen van het Vlaamse decreet van 1985. Al vlug bleek ook dat de toenemende zorgbehoevendheid van de meeste bewoners de werkdruk van het personeel fors verhoogde. De enige oplossing was om een RVT-erkenning te verkrijgen, waardoor een grotere subsidie kon verkregen worden voor de verzorging van dergelijke zwaar zorgbehoevende mensen.
En al vlug werd duidelijk dat deze erkenning niet zou verkregen worden als de gebouwen niet grondig werden gerenoveerd. Vermits dat laatste ook een erg dure operatie zou worden en veel ongemak voor de bewoners zou veroorzaken, werd al vrij vlug geopteerd voor een nieuwbouwproject. Het rusthuis, dat in 1879 ooit begon met ongeveer 20 bejaarden en twee verzorgende zusters, groeide in de voorbije 120 jaar uit tot een instelling met 80 inwoners en 56 personeelsleden. Eernegem, 12 maart 1998. Vandaag waren 200 vrijwilligers in het RVT St.-Anna actief om de bejaarde bewoners van het rusthuis te helpen verhuizen naar de nieuwbouw. In 1994 startte aannemer Damman uit Deerlijk met de werken. Voor de instelling was deze nieuwbouw noodzakelijk om ooit de zo begeerde RVT-erkenning te verkrijgen. Op 1 januari 1998 kreeg het recht op zeven dergelijke, beter gesubsidieerde bedden. In 2002 mocht het rusthuis 35 van zijn 80 bedden als RVT-bedden mogen beschouwen.
(Tekst naar Koenraad Vandenbussche in “Kroniek van Ichtegem”)
2. Opdrachtsverklaring
In opvolging van de spiritualiteit van de Congregatie van de zusters van Sint-Vincentius (Eernegem), die reeds in 1879 startten met bejaardenzorg, wil het Rust- en Verzorgingstehuis Sint-Anna te Eernegem een christelijk geïnspireerd open (t)huis voor bejaarden zijn met een familiaal karakter. De bewoner staat hier centraal in een liefdevol verblijf door een kwalitatieve individuele benadering. Met een luisterend oor staan wij met een zorgende nabijheid klaar voor: - Valide en (zwaar)zorgbehoevende bewoners - Dementerende bewoners - Bejaarden die in kortverblijf/ dagopvang komen
Via inspraak en communicatie zoeken wij een weg naar de behoeften van onze bewoners, hun familie, vrienden en kennissen: - Een rustige thuis waar men zich goed voelt, recht heeft op privacy en zorg draagt voor de nog aanwezige zelfstandigheid - Een warme thuis met open bezoekuren, vrije toegang tot tuin en gemeenschappelijke ruimtes - Een netjes verzorgde thuis met blijvende aandacht voor familiale gebeurtenissen: verjaardag, moeder- en vaderdag, kerstfeest, … en met vrije toegang tot en inspraak bij de activiteiten (aangepaste daginvulling) - Een veilige thuis waar geborgenheid, geduld en empathie werkwoorden zijn - Een thuis waar de samenwerking en overleg met familie, vrijwilligers en de bestaande relaties gerespecteerd en gewaardeerd worden.
De instelling staat borg voor de professionele deskundigheid van alle medewerkers. Ze wil kansen bieden te groeien via bijscholing en vorming tot mensen met aandacht voor verdraagzaamheid, respect en waardering, openheid, begrip en eerlijkheid, samenhorigheid, collegialiteit, bemoediging en vertrouwen. Daarnaast wil de instelling investeren in de nodige infrastructuur en hulpmiddelen.
Vanuit de christelijke inspiratie en sociale bewogenheid ‘er zijn voor anderen’ trachten wij de bewoners te laten ervaren dat elke medewerker zich onvoorwaardelijk inzet opdat iedere bewoner zich hier mag thuisvoelen. We zijn bereid een stukje van onszelf te geven. We bieden hen de kans hun godsdienstige beleving te uiten. Ieder krijgt de ruimte om op een warmmenselijke manier te (mogen) sterven; er wordt gewerkt aan een palliatieve zorgcultuur.
Wij zien het als een permanente opdracht zorg te dragen voor een blijvende goede samenwerking met plaatselijke verenigingen en initiatieven. Wij willen een geïntegreerde thuisbasis zijn voor de parochie-, dorpsgemeenschap en openbare diensten. De mantelzorg en het vrijwilligerswerk dragen wij een warm hart toe.
Wij streven naar een financieel en economisch verantwoord beheer met oog voor de betaalbaarheid van ‘wonen’ en ‘zorgen’ voor de bewoners. Aldus hebben wij in ons beleid aandacht voor ‘organiseren’ en ‘structureren’. Anderzijds geloven wij in de noodzaak van ‘inspiratie’ en ‘motivatie’ om een rustgevende aanwezigheid te scheppen voor onze bewoners in een (t)huis waar men streeft naar een klimaat van ‘leven op eigen tempo’ en ‘genieten van een geïndividualiseerd zorgenpakket’.
Wij zijn bereid ons’ bezig zijn’ te bewaken en bij te sturen. Wij staan open voor de nieuwe noden en verwachtingen die vanuit een evoluerende samenleving op ons afkomen.
3. Infrastructuur en werking
Het woon- en zorgcentrum St. – Anna (vzw) beschikt over 76 éénpersoonskamers en 2 tweepersoonskamer. Het bestaat uit 3 afdelingen :
• Avondlach: (gelijkvloers): gesloten afdeling met 12 bedden voor dementerende bewoners • Middagzon (1° verdieping): met 34 bedden • Morgenlicht (2° verdieping): met 34 bedden
Alle kamers zijn volledig bemeubeld en voorzien van een aparte badkamer met lavabo en toilet. Daarnaast is elke kamer uitgerust met een oproepsysteem, een centrale radio, een TV – en een telefoonaansluiting. Het staat iedere bewoner vrij zijn/haar huisarts te kiezen. De familie staat in voor de was van de bewoner. Indien dit niet mogelijk is kan de was via de instelling uitbesteed worden aan een externe wasserij.
4. Toekomstvisie
|